Wet DBA en schijnzelfstandigheid
Samenwerken met zzp'ers: de stand van zaken in 2026
De handhaving op schijnzelfstandigheid loopt inmiddels ruim anderhalf jaar. Het politieke deel van het dossier is intussen flink verschoven: het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR is geschrapt, een apart rechtsvermoeden bij lage uurtarieven is aangenomen en de rechtspraak is daarmee het leidende kader geworden. Dit artikel zet op een rij waar we nu staan, waarop de Belastingdienst toetst en wat zzp'ers en opdrachtgevers praktisch kunnen doen.
Laatst bijgewerkt op 27 juli 2026. Dit artikel is informatief en geen fiscaal of juridisch advies.
Waar staan we nu?
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Het handhavingsmoratorium is opgeheven, maar de invoering verloopt gefaseerd. Dit is de situatie halverwege 2026.
- Naheffingen zijn mogelijk, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Tot en met 2029 gaat de Belastingdienst bij correcties in beginsel niet verder terug dan die datum. Uitzonderingen zijn kwaadwillendheid en situaties waarin de Belastingdienst al eerder een aanwijzing had gegeven. Pas vanaf 2030 komt de volledige naheffingstermijn van vijf jaar weer in beeld.
- In 2026 geen verzuimboetes, wel vergrijpboetes. Een deel van de zogenoemde zachte landing is verlengd. Verzuimboetes blijven in 2026 achterwege, maar bij opzet of grove schuld kan wel een vergrijpboete volgen. Die kan oplopen tot 100 procent van de naheffing.
- Een controle begint meestal met een bedrijfsbezoek. Daaruit volgt niet direct een naheffing, wel een waarschuwing of een boekenonderzoek. Vanaf 1 januari 2027 vervallen ook deze resterende elementen van de zachte landing.
- Controles zijn risicogericht. De Belastingdienst selecteert via data-analyse sectoren en situaties waar schijnzelfstandigheid het vaakst voorkomt, en richt zich daarbij vooral op opdrachtgevers.
Wat er met de Wet VBAR is gebeurd
De Wet VBAR bestond uit twee delen: een verduidelijking van het gezagscriterium en een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Het kabinet heeft het verduidelijkingsdeel in maart 2026 via een nota van wijziging geschrapt. Wat overbleef is het rechtsvermoeden, dat als zelfstandig wetsvoorstel door beide Kamers is gegaan: de Tweede Kamer stemde in op 21 april 2026, de Eerste Kamer op 16 juni 2026.
Belangrijk voor de praktijk:
- De drempel is 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026) en wordt periodiek geïndexeerd.
- Het rechtsvermoeden is geen fiscale toets en geen verbod om onder dat tarief te werken. Het verschuift de bewijslast in een civiele procedure: de werkende kan zich erop beroepen, waarna de opdrachtgever moet aantonen dat er echt sprake is van zelfstandigheid.
- Een tarief boven de drempel biedt geen vrijwaring. De regering heeft daar expliciet op gewezen: ook boven dat bedrag kan sprake zijn van schijnzelfstandigheid.
- De verduidelijking van het gezagscriterium is doorgeschoven naar de nog uit te werken Zelfstandigenwet. Tot die er is, is de rechtspraak het leidende kader.
Waarop wordt een arbeidsrelatie beoordeeld?
De basis staat in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek: er is een arbeidsovereenkomst als er sprake is van arbeid, loon en werken in dienst van een ander. Dat laatste, de gezagsverhouding, is het meest onderscheidend. Daarbij telt al dat een opdrachtgever aanwijzingen en instructies kan geven. Hij hoeft ze niet daadwerkelijk te geven.
Deze regels zijn van dwingend recht. Volgt uit de feiten dat er een arbeidsovereenkomst is, dan kunnen partijen niet onderling afspreken dat dat toch niet zo is. Het contract op papier is dus niet doorslaggevend, de feitelijke uitvoering wel.
De negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest
De Hoge Raad heeft bepaald dat alle feiten en omstandigheden in onderling verband moeten worden gewogen, de zogenoemde holistische toets. Daarbij kunnen in ieder geval deze negen gezichtspunten van belang zijn:
De negen gezichtspunten
- Aard en duur van de werkzaamheden. Een inspanningsverplichting wijst richting loondienst, een resultaatverplichting juist niet. Hoe langer de relatie duurt, hoe meer dat richting een arbeidsovereenkomst wijst.
- Bepaling van werkwijze, werktijden en locatie. Hoe vrijer de opdrachtnemer daarin is, hoe eerder er sprake is van werken als zzp'er.
- Inbedding in de organisatie. Werken op locatie, meedraaien in bedrijfstijden, gebruik van voorzieningen en deelname aan teamoverleg of beoordelingen wijzen richting loondienst. Ook telt of het werk een wezenlijk of structureel onderdeel is van de bedrijfsvoering.
- Verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren. Persoonlijke arbeid wijst richting loondienst, maar vrije vervanging sluit een arbeidsovereenkomst niet uit.
- Manier waarop de afspraken tot stand kwamen. Weinig onderhandelingsruimte wijst richting loondienst, veel onderhandelingsruimte richting ondernemerschap.
- Manier waarop de beloning wordt bepaald en betaald. Zelf factureren en zelf op betaling toezien wijst richting zzp. Automatische betaling of facturatie door de opdrachtgever wijst richting loondienst.
- Hoogte van de beloning. Hoe hoger ten opzichte van vergelijkbaar personeel in loondienst, hoe meer dat richting ondernemerschap wijst.
- Commercieel risico. Verdeling van risico's rond schade, ziekte, ongeval en investeringen, en verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het resultaat.
- Ondernemerschap in het economisch verkeer. Naamsbekendheid, acquisitie-inspanningen, aantal en duur van opdrachten bij andere opdrachtgevers en de vrijheid om opdrachten wel of niet aan te nemen.
Wat het Uber-arrest daaraan toevoegt
In februari 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord die het beeld op drie punten scherper maken:
- Elk gezichtspunt telt mee, en er geldt geen rangorde tussen de negen. Het aanbrengen van zo'n rangorde is aan de wetgever.
- Bij het negende gezichtspunt tellen ook ondernemerskenmerken buiten de beoordeelde arbeidsrelatie mee. Wat je bij andere opdrachtgevers doet, is dus relevant voor de beoordeling van deze opdracht.
- Twee mensen die hetzelfde werk doen voor dezelfde opdrachtgever kunnen verschillend uitpakken. Degene met ondernemerskenmerken kan als zelfstandige worden gezien, degene zonder als werknemer.
Dat laatste punt is de kern van waarom aantoonbaar ondernemerschap zo veel gewicht heeft gekregen. De opdracht bepaalt niet alles, jouw profiel als ondernemer telt mee.
Stappenplan voor zzp'ers
1. Werk voor meerdere opdrachtgevers waar dat kan
Voor crisismanagers, marketingmanagers of HR-managers is het tijdens een intensieve opdracht vaak niet realistisch om meerdere opdrachtgevers te bedienen. Juist dan telt wat je daarnaast doet. Blijf zichtbaar in de markt, blijf netwerken en houd bij wat je onderneemt. Platforms als Planet Interim matchen dagelijks nieuwe opdrachten met je profiel, wat aantoonbaar maakt dat je doorlopend naar nieuwe opdrachten zoekt en niet economisch afhankelijk bent van één partij. Dat raakt gezichtspunt 9 direct.
Voorbeeld
Een marketingmanager voert een campagne van zes maanden uit bij één opdrachtgever en blijft daarnaast via Planet Interim zoeken naar volgende opdrachten. De matchhistorie, de reacties en het actuele profiel laten zien dat de acquisitie gewoon doorloopt.
2. Draag echt commercieel risico
Denk aan eigen verzekeringen, aansprakelijkheid, investeringen in kennis en middelen, en verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het resultaat. Herstel je een tegenvallend resultaat in eigen tijd en voor eigen rekening, dan is dat een sterke aanwijzing voor ondernemerschap (gezichtspunt 8). Leg die risicoverdeling ook vast in de overeenkomst, en zorg dat de praktijk ermee overeenkomt.
Voorbeeld
Een HR-manager die een nieuw personeelsbeleid implementeert, regelt zelf de benodigde expertise en tools, draagt een eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering en is contractueel verantwoordelijk voor de oplevering.
3. Werk met een resultaatgerichte opdrachtomschrijving
Beschrijf concrete deliverables, mijlpalen en een begin- en einddatum. Dat maakt van de opdracht een afgebakend project in plaats van een doorlopende rol, en raakt gezichtspunt 1: een resultaatverplichting wijst richting ondernemerschap, een inspanningsverplichting zonder afgebakend resultaat juist richting een arbeidsovereenkomst.
Voorbeeld
Een interim IT-manager levert binnen zes maanden een software-implementatie op, met benoemde mijlpalen en acceptatiecriteria. Niet: ondersteuning bieden aan het IT-team zolang dat nodig is.
4. Documenteer je acquisitie
Dit is na het Uber-arrest een van de meest onderschatte punten. Wat je buiten de opdracht doet, telt mee bij de beoordeling van de opdracht zelf. Bewaar bewijs van lidmaatschappen van platforms en netwerken, verstuurde offertes en reacties, oriënterende gesprekken, deelname aan events, en je marketing- en websiteactiviteiten.
Voorbeeld
Een projectmanager houdt een eenvoudig acquisitielogboek bij: lidmaatschap en matchmeldingen van Planet Interim, gesprekken met bureaus, bezochte events en uitgebrachte voorstellen. Bij een controle is dat concreet en verifieerbaar bewijs in plaats van een verhaal achteraf.
5. Let op inbedding tijdens de opdracht
Een vaak vergeten gezichtspunt (nummer 3). Hoe meer je meedraait als personeel, hoe meer dat richting loondienst wijst. Wees terughoudend met deelname aan beoordelingscycli, personeelsregelingen en interne activiteiten die niets met de opdracht te maken hebben, en presenteer je naar buiten toe als externe professional.
Wat het risico is als het misgaat
Oordeelt de Belastingdienst dat er feitelijk sprake was van een dienstbetrekking, dan volgt de naheffing loonheffingen in beginsel bij de opdrachtgever, als inhoudingsplichtige. Voor de professional kan de gevolgschade zitten in de inkomstenbelasting: de ondernemersfaciliteiten vervallen als het ondernemerschap niet standhoudt. In 2026 gaat het dan om de zelfstandigenaftrek van 1.200 euro (2025: 2.470 euro, 2027: 900 euro) en de MKB-winstvrijstelling van 12,7 procent. Reeds betaalde inkomstenbelasting wordt daarbij verrekend, zodat de netto uitkomst per situatie sterk verschilt.
In de praktijk is het commerciële risico vaak groter dan het fiscale: opdrachtgevers die twijfelen over de arbeidsrelatie huren simpelweg niet in, of alleen via een constructie met extra schakels.
Stappenplan voor opdrachtgevers
1. Zorg dat het contract klopt met de praktijk
Een goed contract legt vast wat de opdracht is, welke resultaten worden opgeleverd, wie welk risico draagt, hoe wordt gefactureerd en hoe de professional verzekerd is. Maar een contract is nooit de doorslaggevende factor. Wordt in de praktijk aangestuurd als bij een werknemer, dan telt die praktijk. Toets daarom periodiek of de uitvoering nog matcht met wat er op papier staat.
Let op bij vervanging
Een vervangingsclausule was lange tijd het standaardadvies. Sinds Deliveroo geeft die geen zekerheid meer: ook als de opdrachtnemer zich vrij mag laten vervangen, kan er sprake zijn van een arbeidsovereenkomst (gezichtspunt 4). Hetzelfde geldt voor de vrijheid om een opdracht te weigeren. Neem de clausule gerust op, maar leun er niet op.
2. Vermijd structurele inbedding
Opdrachten die feitelijk een vaste functie invullen, zijn het grootste risico. Werk met een afgebakend doel, benoemde mijlpalen en een einddatum. Kijk daarnaast naar de zachte signalen: draait de professional mee in teamoverleg, beoordelingen en personeelsactiviteiten, of is de rol duidelijk extern belegd?
Voorbeeld
Een interim compliance manager wordt ingehuurd om binnen zes maanden een nieuw compliance-framework te implementeren, met concrete opleveringen zoals beleidshandboeken en training van medewerkers. Begin, einde en resultaat staan vast.
3. Weet wat het rechtsvermoeden wel en niet doet
Bij een uurtarief onder de 38 euro kan de werkende zich straks op het rechtsvermoeden beroepen, waarna jij als opdrachtgever moet aantonen dat er echt sprake is van zelfstandigheid. Lukt dat niet, dan gelden de verplichtingen die bij een dienstverband horen, zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.
Andersom biedt een hoog tarief geen garantie. Een tarief van 95 euro per uur weegt mee bij gezichtspunt 7 (hoogte van de beloning), maar zegt niets over gezag, inbedding of risicoverdeling. De weging blijft altijd het geheel.
4. Leg je beoordeling vast
Beoordeel arbeidsrelaties vooraf aan de hand van de negen gezichtspunten en documenteer de afweging per opdracht. Dat is het verschil tussen een gesprek met de inspecteur over feiten en een gesprek over aannames. Bij twijfel is vooroverleg met de Belastingdienst mogelijk.
Wat het risico is als het misgaat
Wordt een opdracht geherkwalificeerd, dan volgt een naheffing loonheffingen en premies werknemersverzekeringen. Werkgeverslasten worden berekend tot het maximumpremieloon, dat in 2026 79.409 euro per jaar bedraagt (2025: 75.864 euro).
Indicatieve berekening
Een professional werkt tegen 125 euro per uur, 40 uur per week gedurende 44 weken. Het jaarinkomen komt daarmee op 220.000 euro. Bij herkwalificatie worden de premies berekend over het maximumpremieloon van 79.409 euro.
- Bij een gecombineerd werkgeverspercentage van circa 23,5 procent (AWf hoog tarief, Aof, gemiddelde Whk, opslag kinderopvang en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw) komt de last op ongeveer 18.650 euro per jaar.
- Daar bovenop komt de loonheffing zelf, plus bij opzet of grove schuld een vergrijpboete van maximaal 100 procent van de naheffing en belastingrente.
De exacte percentages verschillen per werkgeversgrootte en sector, en de premies wijzigen jaarlijks. Gebruik dit als orde van grootte, niet als berekening voor je eigen situatie.
Naast de fiscale gevolgen kan een herkwalificatie ook arbeidsrechtelijke discussie oproepen, bijvoorbeeld over ontslagbescherming, vakantiedagen, pensioenopbouw en loondoorbetaling bij ziekte.
Hoe blijf je succesvol samenwerken?
Voor de meeste interim managers, onafhankelijke consultants en zelfstandige specialisten is de route simpel: een afgebakende opdracht, echte autonomie, eigen risico en aantoonbaar ondernemerschap daarbuiten. Levert die weging in een specifieke situatie te veel twijfel op, dan zijn er alternatieven.
- Detacheringsoplossingen. Uniforce biedt met DUBV en UPA constructies waarbij je in een juridisch loondienstverband in je eigen vennootschap werkt. De discussie over schijnzelfstandigheid speelt dan niet, terwijl je commercieel zelfstandig blijft opereren. Zinvol bij politiek gevoelige of langdurige opdrachten.
- Andere samenwerkingsvormen. Denk aan een Statement of Work, een retainer of een servicecontract. In onze gids met samenwerkingsvormen staat per vorm wanneer die wel en niet past.
Conclusie
De regels zijn niet strenger geworden, de handhaving wel. En omdat het verduidelijkingsdeel van de VBAR is geschrapt, komt het aan op de rechtspraak: de holistische toets, de negen gezichtspunten en de aanscherping uit het Uber-arrest.
Voor zzp'ers betekent dat: draag echt risico, werk resultaatgericht en zorg dat je ondernemerschap buiten de opdracht aantoonbaar is. Voor opdrachtgevers: baken opdrachten af, houd de praktijk in lijn met het contract en leg je beoordeling vast. Wie dat op orde heeft, kan gewoon blijven samenwerken.
Verantwoording. Dit artikel is gebaseerd op het toetsingskader Beoordeling arbeidsrelaties van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (juli 2026), de toelichting van de Belastingdienst, het Deliveroo-arrest (HR 24 maart 2023) en het Uber-arrest (HR 21 februari 2025), en op de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief.
Wet- en regelgeving rond zelfstandigen is volop in beweging. Bedragen, percentages en data kunnen wijzigen. Dit artikel is informatief en vervangt geen fiscaal of juridisch advies over een concrete situatie.